Afgelopen weekend won een dolend Vitesse in de eigen Gelredome onterecht van een keurig voetbal spelend VVV.
De driepunter was hard nodig, want met een loodzwaar programma tot aan de winterstop in de aantocht leek de extravagante Arnhemse voetbalclub het eenzame RKC Waalwijk te gaan vergezellen in de donkere, vochtige kelder van de eredivisie.
Vitesse blijft een hele vermakelijke club om te volgen. Midden jaren negentig kwamen de Arnhemmers plots als een komeet omhoog, om na een korte bloeiperiode aan lager wal te geraken. Je kunt van Vitesse zeggen wat je wil, maar er wordt in ieder geval geleefd. Als er al geld is dan wordt het direct verkwanseld aan impulsieve aankopen, zoals bijvoorbeeld een peperduur huisdier.
Ja, we hebben het over de vechtarend Hertog. Zijn veel te vroege overlijden was groot nieuws in Nederland. Mocht de chihuahua van Sylvie van der Vaart in Madrid kapot gereden worden door de rap optrekkende Ferrari van Christiano Ronaldo, het zou qua nieuwswaarde denk ik niet hebben kunnen tippen aan de tragische dood van Hertog. De sportieve malaise werd dan ook naar de achtergrond gedrukt; welke bruut haalt immers het in zijn hoofd om te zeuren over een paar verliespartijen van een elftal vol dode vogels als er een amper eenjarige publiekslieveling door een virus van het leven beroofd is.
Vitesse, ik hou er wel van. Beter dan die andere saaie provincieclubs als Heracles, Groningen en Heerenveen. Die clubs leven niet. Ze zorgen te goed voor zichzelf. Ze hebben alles te netjes voor elkaar; huisje-boompje-beestje. De kas die altijd keurig klopt. Trainers die hard werken, zonder geschreeuw, aan wie eeuwige trouw wordt beloofd zonder dat men vreemd gaat. Geen ordinaire ruzies. Kleurloosheid troef dus. Bewonderenswaardig hoe men het doet, maar het spreekt mij niet aan. De clubs missen entertainment waarde. En Vitesse, Vitesse is puur (leed)vermaak.
Vitesse verkeert namelijk nog altijd in een ellendige staat, als een aan de drugs verslaafde popster die wanhopig zijn hitjes uit het verleden tracht te evenaren. Hoofdsponsor Afab koerst inmiddels af op een DSB scenario. De clubkas van Vitesse is net zo leeg als die van Marco Borsato’s The Entertainment Groep. Algemeen directeur Paul van der Kraan hoopt Vitesse nu te slijten aan een rijke stinkerd. Dat klinkt toch wat armetierig. Alsof een domme doch knappe blondine, die bij gebrek aan carrière kansen besluit zich aan te bieden aan rijkere oudere mannen om haar toekomst veilig te stellen.
Technisch directeur Marc van Hintum dacht de neergaande lijn op het veld gestopt te hebben met het aanstellen van Theo Bos, een rasechte Vitessenaar. Ruim tien jaar stond hij met zijn Lambiek-achtig gevormde uiterlijk als voorstopper de ene spits na de andere spits neer te hakken op Monnikenhuize, de vorige, knusse stadswoning van Vitesse. Wanneer de tegenstander een Vitesse speler een schop verkocht, riep het Arnhemse publiek Bos op om deze daad te vergelden (‘Theo pak hem terug’). Kale Theo was niet bang om zijn handen smerig te maken.
Vorig seizoen maakte Bos zich in een nieuwe rol als trainer haast onsterfelijk. De cultheld van toen transformeerde een sukkelige ploeg in een felle vechtmachine, die na de winterstop tot de beste zeven ploegen in de Eredivisie behoorde.
Het geheim van Bos was dat hij de onder Hans Westerhof verwaarloosde discipline had aangehaald. Nu er geen boterhamzakjes meer in de spelersbus worden achtergelaten hoopte Bos in het nieuwe seizoen een nieuwe stap te maken met de kwalitatief aardige selectie. Dat lukt Bos vooralsnog niet omdat hij tactisch niet zo sterk ontwikkeld lijkt. Tegen VVV stelde de Arnhemmer een spits op in een thuiswedstrijd. Toen hij met Onur Kaya in de tweede helft zijn beste voetballer wisselde voor een verdedigende middenvelder liet het met zwak voetbal geestelijk gemartelde volk op de tribune haar afkeur maar eens horen. Dat gebeurde tot op heden nog niet, want Bos maakt deel uit van de Vitesse familie. Als familielid moet je het wel heel bont maken om in een familiebedrijf de bons te krijgen.
De conclusie dat Bos tactisch gehandicapt is trek ik niet alleen omdat hij zijn ploeg niet aan het voetballen krijgt, maar ook omdat hij een kale kop heeft. Noem mij een trainer met een volledig kale schedel die bekend staat als een tactisch meesterbrein? Ton du Chatinier van Utrecht is ook kaal, maar de tactisch goede beslissingen die onder zijn verantwoording genomen worden komen van Jan Wouters en die heeft, zij het zeer schaars, nog wel iets aan begroeiing aan de zijkanten van zijn kop.
Dennis van Wijk bleek bij Willem ll ook al geen tactisch tovenaar. Kale trainers hameren vooral op zaken als ‘agressie en duels winnen’. Maar wellicht zit ik er naast, want er zijn wel degelijk kale mensen met kennis van het voetbalspel. Ik noem een Jan van Halst, Jaap Stam en natuurlijk Jack van Gelder. Sugar Lee Hooper schijnt bovendien als coach van het vierde vrouwenteam van ONA ‘52 menig duel gewonnen te hebben na een tactische meesterzet ontsproten uit haar eigen brein. Dus wellicht is er nog hoop voor Bos en Vitesse.
Remco Kock