Analyse: Hoezo, een elite in de CL?

0

Ziet de knock-outfase van de Champions League er echt elk jaar bijna hetzelfde uit of beelden we dat ons in? De moderne versie van het toptoernooi is bezig aan het tiende seizoen. Een goed moment om de statistieken onder een loep te leggen.

De groepsfase van de Champions League zit erop en het toernooi van de rijke clubs gaat nu weer de knock-outfase in. Het is al bijna geen nieuws meer dat Engeland, Spanje en Italië samen een ruime meerderheid vormen in de beslissende fase van het toernooi. Met elf ploegen (en slechts een afvaller vanaf de voorronde) scoren de drie topnaties uitzonderlijk hoog. Alleen in het seizoen 2002-03 werd die marge bereikt. In de afgelopen tien seizoenen leverden de drie landen 92 van de in totaal 160 deelnemers aan de tweede ronde. 
 
In het eerste seizoen van de moderne Champions League (1999-2000) hadden de drie toplanden slechts zeven ploegen in de tweede ronde en waren er maar liefst tien landen nog vertegenwoordigd bij de laatste zestien. Dat zijn aantallen, waar we anno 2008 niet meer aan durven te denken. Hoewel, vorig jaar waren er nog negen landen vertegenwoordigd in de tweede ronde, maar toen kwamen er toch tien ploegen uit de drie toplanden.
 
In de afgelopen jaren is het aandeel van die landen gestaag toegenomen, van 9 in 2004 tot 11 in 2009. Duitsland en Frankrijk hebben hun aandeel zien verminderen, maar Portugal is dit jaar met twee ploegen door. Het kan dus wel. Sporting Clube is de echte nieuweling in dit gezelschap. Deze club klopte al een paar keer op de poort, maar mag eindelijk verder. 
 
Voor de rest bestaat het deelnemersveld uit bekende namen, waarvan elke club tenminste een keer de kwartfinale haalde. Al geldt voor Atletico Madrid dan wel de aantekening, dat die prestatie dateert uit de tijd van de ‘oude’ Champions League. In feite debuteert de roodwitte club dit jaar in de moderne Champions League. 
 
Real Madrid heeft sinds hervorming van het toernooi in 1999 altijd de tweede ronde gehaald. Arsenal en Manchester United ontbraken maar één keer, Bayern en Barcelona misten de slag maar twee keer en Chelsea, Lyon en Porto overwinteren alweer voor de zevende keer. Kortom, de helft van de deelnemers aan de tweede ronde zijn er bijna altijd bij. Dit jaar ontbreekt AC Milan, want ook die club was al zeven keer bij de laatste zestien. De promotie gaat dus niet helemaal op de automatische piloot, maar veel scheelt het niet. 
 
Ook Liverpool, Inter, Juventus en AS Roma zijn regelmatige deelnemers aan de knock-outfase.Het is dus niet geheel onterecht om te stellen dat de Champions League steeds meer een herhaling van zichzelf wordt. De meeste clubs hebben elkaar in de afgelopen tien seizoenen tenminste een keer ontmoet. Barcelona, Inter en Arsenal krijgen in ieder geval in februari met een oude bekende te maken. Mooie affiches die in de Champions League nog niet werden getrokken zijn Real – Liverpool en Chelsea – Juventus, maar voor de rest hebben we bijna alles al eens gezien.
 
De koude cijfers maken duidelijk dat er sprake is van een clustervorming aan de top. Wie de kwalificaties voor de tweede ronde in periode 1999-2004 met die van de periode 2004-2009 vergelijkt, ziet echter aan de top marginale verschillen. Engeland domineert in het tweede deel overtuigend en Spanje heeft zijn voorsprong in het eerste deel verspeeld aan Italië. Duitsland en Frankrijk doen het niet veel slechter (maar zijn in een neerwaartse trend) en Portugal en Nederland zelfs beter. Het grote verschil zit hem in het feit dat in de eerste vijf seizoenen zestien landen tenminste een ploeg een keer de laatste zestien zagen halen. Voor zeven van die landen is dat onmogelijk gebleken in de afgelopen vijf jaar en alleen Schotland kwam er als ‘nieuweling’ bij. 
 
En dan de kruimels, oftewel de derde plaats die tenminste een ‘degradatie’ naar de UEFA Cup oplevert? Die gingen in de afgelopen tien jaar vaak naar Frankrijk (11) en Duitsland (9), oftewel een kwart van het totaal. Oekraïne is een eervolle derde op deze ranglijst met 7 stuks. Nederland zag zes keer een van zijn ploegen op de derde plaats eindigen, waarvan vier keer PSV (een Europees record samen met Sjakhtar Donetsk en Glasgow Rangers). Maar vaker eindigde een Nederlandse club op de vierde plaats (7x, waarvan 6 voor 2004 en PSV dit jaar). 
 
Alleen Griekenland deed het in de afgelopen tien jaar nog slechter met 8 directe uitschakelingen. Turkije (7) en België (6) scoren op deze ranglijst ook hoog. Dynamo Kiev eindige het vaakst onderaan (4x), maar clubs als Manchester United, AC Milan en Bayern München moesten ook eens aan een dergelijk beledigend afscheid geloven.

  
Jurriaan van Wessem

Share.

Laat een reactie achter