De groepsronde in de UEFA Cup van dit seizoen heeft de trend bevestigd dat er in het Europese voetbal steeds meer sprake is van clustervorming aan de top.
Zoals we vorige week na de groepsronde van de Champions League al konden zien, wordt het aantal landen dat verder komt steeds kleiner.
In de Champions League zijn maar zeven landen vertegenwoordigd in de tweede ronde. Dat is geen unicum maar wel een dieptepunt, dat zich eerder voordeed in 2003 en 2005. Een jaar geleden kwamen de clubs uit negen verschillende landen. De inbreng van de top 3 – landen (Engeland, Italië en Spanje) was alleen in het voorjaar van 2003 net zo groot, namelijk elf van de zestien ploegen.
In de UEFA Cup doet zich net zo’n fenomeen voor. Wie de droge cijfers bekijkt, zal best schrikken. Dit jaar komen de 32 clubs uit 14 verschillende landen. Dat is sinds de hervorming van de CL / UEFA Cup een absoluut dieptepunt, dat alleen in het seizoen 1999/2000 werd bereikt. Sindsdien waren er clubs uit 16, zoals vorig jaar, en soms zelfs 18 landen nog in de strijd na de winterpauze.
Daarbij is in dit seizoen de inbreng van zes landen (Engeland, Italië, Spanje, Frankrijk, Duitsland en Nederland) zeer groot met 20 clubs. Kortom, het Europese voetbal is na de winter vooral iets voor een paar landen. Dit is voor de beleidsbepalers toch een riskant gegeven, want de belangstelling voor de tv-rechten in de landen die niet aan bod komen zal waarschijnlijk dalen. En dan niet alleen als gevolg van de kredietcrisis.
Voor de loting van vandaag maakte UEFA-toernooicommissaris Marchetti duidelijk dat de UEFA Cup volgend jaar als ‘Europa League’ een nieuw leven krijgt in de hoop om nieuwe sponsoren aan te trekken, waardoor het toernooi voor clubs financieel aantrekkelijker wordt. Maar op dit moment is het al niet interessant om NEC – Udinese rechtstreeks uit te zenden, zelfs niet in Italië. Het aantrekkelijke deelnemersveld van dit seizoen (met veel voormalige EC-winnaars) en de wil van sommige clubs om het toernooi toch sportief serieus te nemen kan niet verbloemen dat het tv-publiek zich dreigt af te keren van deze toernooimoloch.
Hoe groot de clustervorming aan de top is, valt pas op uit de ranglijst, waarbij alle clubs die de tweede ronde van de Champions League en de derde ronde van de UEFA Cup haalden sinds de hervorming van 1999 per land bij elkaar worden opgeteld. Per jaar zijn dat 48 clubs (16 CL en 32 UEFA). Het totaal over tien seizoenen bedraagt 480.
1. Spanje 67
2. Engeland 57
3. Italië 54
4. Duitsland 53
5. Frankrijk 51
6. Nederland 28
7. Portugal 24
8. Griekenland 23
9. Rusland 16
10. Turkije 14
11. Schotland 12
Oekraïne 12
13. Zwitserland 11
14. België 10
15. Tsjechië 9
16. Noorwegen 7
17. Roemenië 6
18. Oostenrijk 5
Denemarken 5
20. Israël 4
Bulgarije 4
22. Polen 3
23. Zweden 1
Slowakije 1
Servië 1
Hongarije 1
Kroatië 1
Vooral het gat tussen Frankrijk (5) en Nederland (6) geeft een duidelijke scheiding aan, en daarna tussen Griekenland (8) en Rusland (9). Er is dus sprake van een echte top van vijf landen en daarachter een subtop van drie landen en daarna de rest met een regulier verval naar het nulpunt. Die acht landen nemen 75 % van alle plaatsen na de winter in, waarbij de top vijf landen bijna 60 % vertegenwoordigden. In de Champions League zijn deze cijfers traditioneel hoog (89 %, waarvan de top 3 alleen al 58 %), maar ook de UEFA Cup ontkomt er niet meer aan (67 %). En dan moet eigenlijk de echte schifting aan de top nog beginnen.
Opvallend, maar niet echt verrassend, is dat Frankrijk en Duitsland de hofleveranciers zijn aan de derde ronde van de UEFA Cup met 37 en 36 ploegen in tien jaar, waarvan respectievelijk 11 en 9 degradanten uit de Champions League.
Jurriaan van Wessem