Met een Duitsland, Turkije, Spanje en Rusland heeft Euro-2008 wel een zeer bizar kwartet in de laatste week van het toernooi. Geen van deze vier landen hoorden op de laatste twee edities bij de laatste vier.
Met een beetje fantasie mag worden gesteld dat de landkaart van dit EK heel breed is. Alle windrichtingen van het continent zijn op het Noorden na vertegenwoordigd. Het is zeker een opmerkelijk viertal, want ondanks dat er drie oud-winnaars tussen zitten heeft geen enkele speler ooit een halve finale van een EK gespeeld. Het is dus een soort debutantenbal. Een paar Duitsers en Turk hebben wel een halve finale van een WK gespeeld.
Maar de smaakmakers van de vorige twee toernooien (Frankrijk, Italië, Nederland, Portugal en Tsjechië) zijn met titelverdediger Griekenland als sneeuw voor de zon verdwenen. Nog verbazingwekkender is dat de gehele groep des doods al naar huis is. Wat rest zijn ploegen, waarvan er drie helemaal niet zo sterk aan dit toernooi begonnen. De Duitsers overleefden de eerste ronde meer door het gebrek aan serieuze tegenstand (Polen en Oostenrijk). De Turken verloren het eerste duel kansloos van Portugal, maar hebben een ongekende overlevingskracht. In de voorronde verspeelde de ploeg van Terim kostbare punten op Malta en bij Moldavië, maar een uitzege bij Noorwegen maakte alles goed.
De Russen begonnen met een 4-1-nederlaag aan dit toernooi. De metamorfose van de ploeg van Hiddink is zo bizar, dat de wedstrijd tegen Spanje een revanche lijkt te worden van die afdroogpartij. Hiddink kende een verbijsterende kwalificatie, waarbij vijf punten aan Israël werden verspeeld en vier aan Kroatië. Twee overwinningen op Macedonië en een knappe op Engeland waren voldoende om ten koste van dat laatste land naar Euro-2008 te gaan. Inmiddels heeft de sterspeler Arsjavin iedereen weten te bekoren. Na zijn magistrale uitvoeringen tegen Zweden en Nederland is hij een serieuze kandidaat om tot de beste speler van het toernooi te worden uitgeroepen. Voor de Russen is het spelen van een halve finale een primeur sinds het uiteenvallen van het Sovjet-rijk.
Spanje is na bijna een kwart eeuw ook weer eens in een halve finale van een groot toernooi. Na 1986, 1996 en 2002 mocht het niet weer misgaan op een 22e juni in een kwartfinale met strafschoppen. Voor de Spanjaarden is de zege op Italië vooral psychologisch van grote waarde. Het land heeft het traditioneel moeilijk met de Latijnse broeders uit Italië, Frankrijk en Portugal, maar die zijn inmiddels naar huis. Kunnen de sterren uit de Primera Division nog een keer diep gaan. Het zou niet de eerste Spaanse kroning in Wenen zijn.
Saillant detail, en zeker een onderzoekje waard. Deze vier landen hebben voornamelijk spelers uit de eigen competitie in hun selectie. Waar veel landen op emigranten teren (zoals Portugal, Kroatië en Nederland) blijken dit viertal over een extra energiebron te beschikken. Misschien omdat er bewust ruimte werd vrijgemaakt door de eigen voetbalbond bij de samenstelling van het competitieprogramma.
Jurriaan van Wessem